NL      FR      EN Museum     Kids     Boekingen     Geschiedenis van de friet     Friet & School
Friet & Co     Recepten     Frituur in de kijker     Project
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Contact

Nieuws
Landen

  Frietmuseum on Facebook
 
 

Geschiedenis van de friet

Bekende personen

Bepaalde personen hebben de evolutie en de promotie van de aardappel en de geschiedenis van de friet sterk beinvloed.

Hierna vermelden we er een paar van :

Antoine Parmentier Carlos Manuel Ochoa Frederic II de Grote Geert Veenhuizen George Shima John Gregory Hawkes Luther Burbank Kornelis Lieuwes de Vries

Antoine Parmentier

Antoine-Augustin Parmentier (Montdidier 12 augustus, 1737 – Parijs 13 december, 1813) was een militair apotheker en agronoom. Tijdens zijn krijgsgevangenschap in Pruisen kregen de Franse manschappen, in dienst van de keurvorst van Hannover, twee weken lang alleen aardappelen te eten. Tot zijn verbazing raakte niemand ondervoed of uitgeput.

Na een hongersnood in 1769 schreef de Academie van Besançon een prijsvraag uit. Parmentier herinnerde zich dat gedurende de Zevenjarige Oorlog de manschappen enkel aardappelen hadden gegeten en dat ze allemaal in leven waren gebleven. Hij verklaarde dat de aardappel een goed medicijn was tegen dysenterie. Parmentier won de prijs in 1773 en deed er alles aan om de aardappel in de gevangenissen en ziekenhuizen op het menu te krijgen.

Parmentier stichtte een bakkersvakschool om de bevolking ook nog eens aan beter brood te helpen.

Parmentier ontwikkelde wel twintig verschillende manieren om de aardappelen te bereiden, zoals de Pommes Parmentier. Om de aardappel te promoten nodigde hij gasten, zoals Benjamin Franklin en Antoine Lavoisier uit. Hij gaf bij een bezoek aan koning Lodewijk XVI een boeket aardappelbloemen. De koning stak er een in zijn knoopsgat en gaf de koningin er een om in haar pruik te verwerken.

In 1787 liet Parmentier aardappelen telen op twee stukken land bij Neuilly, dat hij van de koning had gekregen.

Op een bord schreef hij: Verboden toegang - Aardappelveld van de koning

Overdag werd dit veld bewaakt, 's nachts slopen de inwoners naar het veld om de aardappelen te rooien. Parmentier had succes. In 1795 werden de aardappelen zelfs in de Tuilerieën geplant om de bevolking van voedsel te voorzien. Begin 1800 was de aardappel in Frankrijk het belangrijkste basisvoedsel.

Toen op bevel van Napoleon Bonaparte het Continentaal stelsel werd uitgeroepen, hield Parmentier zich bezig met het ontwikkelen van druiven- en bietsuiker. Gedurende zijn leven was hij geïnteresseerd in de conservering van voedsel, het maken van kaas en wijn en de opslag van graan. Hij bestudeerde de gevolgen van opium en moederkoorn en verbeterde het scheepsbeschuit. Hij stimuleerde het gebruik van maïs- en kastanjemeel, de champignon en mineraalwater.

Parmentier ligt begraven in het familiegraf op het Cimetière du Père-Lachaise.

Eerbetuigingen

• Te zijner ere werd een standbeeld opgericht op de binnenkoer van de faculteit farmacie in Parijs
• In Montdidier staat op de markt Parmentier een opvallend groot bronzen beeld op een sokkel ter ere van hem . De achterzijde van dit monument toont een beeld van Parmentier die kleine aardappelknollen uitdeelt aan een dankbare boer.
• In Neuilly-sur-Seine tegenover de ingang van het stadhuis staat een standbeeld van Parmentier, gebeeldhouwd door Adrien Etienne Gaudez
• De naam van Parmentier gehakt, evenals van andere gerechten met aardappelen (omelet Parmentier, enz) zijn aan hem gewijd.
• Monument van Parmentier in Montdidier
Parmentier
• Standbeeld van Parmentier op het plein vóór het stadhuis van Neuilly-sur-Seine
Parmentier
• Standbeeld van Parmentier aan de Faculteit Farmacie van Parijs
Parmentier
• Graf van Antoine Parmentier op het kerkhof van Père-Lachaise
Parmentier

Carlos Manuel Ochoa

Carlos Manuel Ochoa Nieves (geboren in 1929 in Cuzco – gestorven in 2008 in Lima) was een Peruviaanse botanist, beroemd voor zijn werken i.v.m. de aardappel.

Biografie

Carlos Ochoa heeft zijn studies gedaan aan de Universiteit San Simon de Cohabamba in Bolivia, nadien aan de universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten.

Hij heeft lange tijd het beroep uitgeoefend van opzoeker en verwerver van graansoorten en aardappelen. Onder de meest belangrijke variëteiten van aardappelen die hij gecreëerd heeft citeert men Renacimiento, Yungay en Tomasa Condemayta.

Carlos Ochoa heeft verschillende soorten en variëteiten van inheemse aardappelen verzameld. Hij was een belangrijke ontdekker van wilde aardappelen. De omschrijving van een derde van de bijna 200 verschillende soorten gekende wilde aardappelen wordt aan hem toegeschreven.

Carlos Ochoa was Professor Emeritus aan de Universidad Nacional Agraria La Molina (UNALM) van Lima (Peru). In 1971, trad hij toe tot het Internationaal Centrum van de aardappel (CIP).

Frederic II de Grote

Frederic II de Grote van Pruisen trachtte met al zijn middelen om de aardappelteelt te ontwikkelen. Zijn propaganda voor het planten van aardappelen was minder bekend dan zijn militaire acties, maar in beide gevallen heeft het Pruisische leger een belangrijke rol gespeeld.

Men zegt dat hij de eerste aardappelen gepland heeft in Berlijn en ze door de soldaten deed onderhouden. Maar de boeren, op bevel van de Koning, ontvreemden en probeerden deze “aardappel” en teelden hem later zelf.

Het is een feit dat Frederic II erbij hielp om de aardappel te doen aanvaarden door een Order, nadien op 24 maart 1756 publiceerde hij een circulaire die de aardappelteelt verplichtte.

De aardappel, geïntroduceerd door Frederic II de Grote, redde het volk van de hongersnood gedurende de zevenjarige oorlog.

Wanneer hij stierf bleef de bevolking hem bedanken door het plaatsen van aardappelen op zijn graf in Potsdam.

Geert Veenhuizen

Geert Veenhuizen (Stootshorn, 18 november 1857 - Sappemeer, 30 januari 1930) was een Nederlands aardappelkweker.
Veenhuizen verliet op zijn dertiende de lagere school en ging aan de slag bij een boomkweker in Noordbroek. Met een korte onderbreking wegens militaire dienst, werkte hij hier tot zijn drieëntwintigste. Hij werkte vervolgens bij kwekers in Gouda en Boskoop. Hij trouwde in 1882 met Jantje van der Wijk, dochter van een bloem- en boomkweker in Sappemeer en vestigde zich opnieuw in het noorden. Hij moderniseerde het bedrijf van zijn schoonvader en ging ook aan de slag als tuinarchitect.

Aardappelen

In die tijd maakte de aardappelmeelindustrie een flinke groei door en Veenhuizen raakte geïnteresseerd in de teelt van aardappelen. Hij kreeg de leiding over een proefveld van een plaatselijke landbouwvereniging in 1889 en werd in 1903 cultuurchef van een centraal proefveld in Sappemeer. Hij ontwikkelde veel nieuwe aardappelrassen, waaronder de Eigenheimer (1893), Rode Star, Bravo en Thorbecke. Zijn pootgoed werd ook geëxporteerd naar het buitenland. Bij zijn pensioen in 1927 ontving hij een Koninklijke onderscheiding.

Hij publiceerde zijn werk Het Veredelen onzer aardappelrassen en Het kweeken van nieuwe aardappelvarieteiten.

Veenhuizen overleed in Sappemeer en werd begraven bij de Koepelkerk. Op zijn graf staat een obelisk met zijn portret en de woorden 'DE GROOTE AARDAPPELKWEEKER'.

George Shima

George Shima (1864-1926), Californische ondernemer van Japanse oorsprong, was de eerste Japans-Amerikaanse miljonair. Op een bepaald ogenblik produceerde hij 85 % van de Californische aardappeloogst wat hem zijn bijnaam “The Potato King” (koning van de aardappel) opleverde.

Geboren onder de naam Kinji Ushijima (?? ??, Ushijima Kinji?) in Kurume, prefectuur Fukuoka in Japan, volgde hij de voorbereidende studies aan de business school van Tokyo (de huidige universiteit van Hitotsubashi), maar slaagde niet in het ingangsexamen. Hij week uit naar San Francisco in 1889, om er vastbesloten Engels te volgen. De leerstof was voor hem het grootste probleem tijdens het examen.

Bij zijn aankomst adopteerde hij de naam van George Shima. Hij werkte eerst als huisbediende in San Francisco, nadien voor enige tijd als landbouwarbeider in de Sacramento delta . Heel snel lanceerde hij zich in de business en stelde Japanse landbouwarbeiders aan het werk bij blanke boeren. Op het einde van de jaren 1890 huurde hij landbouwgrond en begon zijn eigen landbouw exploitaties. Hij was zo succesvol dat hij goedkope moerasachtige grond (die de blanke Amerikaanse boeren beschouwden als niet te ontginnen) kon kopen in de delta van San Joaquin.

Na deze gronden te hebben gedraineerd en afgedamd, stelde hij vast dat de aardappelen het best groeiden in dit type grond en met behulp van de meest recente landbouwmachines en bedrijfsmanagement technieken, slaagde hij erin de aardappelmarkt te overheersen. In 1913 had hij 113 km2 productie en vanaf 1920, behaalde zijn merknaam “Shima Fancy” een marktaandeel van 85 %, geschat op meer dan 18 miljoen dollar in die tijd (hetzij 191,46 miljoen dollar in 2009).

Nochtans heeft zijn commercieel succes hem niet gespaard van racisme. In 1909, toen hij trachtte een huis in Berkeley te kopen, kwamen vastgoedmakelaars en andere eigenaars hiertegen in opspraak. Ondanks het feit dat hij de krantenkoppen haalde met titels als “Yellow Peril in College Town”, was Shima zeer actief in het gemeenschapsleven. Hij deed een gift van 500 $ aan de lokale Young Men’s Christian Association, en kreeg geleidelijk aan de overhand over zijn buren. De weerstand die hij ondervond bracht hem zelfs datzelfde jaar tot eerste President van de Japanese Association of America en ging hij de strijd aan, zonder succes echter, tegen de adoptie van een wetsvoorstel, de “California Alien Land Law of 1913”, die de Aziaten verhinderde gronden te kopen.

Hij overleed in 1926 tijdens een zakenreis naar Los Angeles, tengevolge van een beroerte. Diezelfde dag kende de Keizer van Japan hem een erkenning toe van de “Orde van de rijzende zon”. Tijdens de begrafenis droegen David Starr Jordan, Voorzitter van de Universiteit van Stanford en James Rolph, burgemeester van San Francisco, zijn lijkkist.

Het Shima Center in het San Joaquin Delta College bracht hulde aan zijn werk.

Yoshinobu Hirotsu, afkomstig zoals hij van Kurume, verzamelde honderdduizenden Yen om een levensgroot standbeeld van Shima op te richten in een stadspark in 1999.

John Gregory Hawkes

John Gregory Hawkes, geboren op 27 juni 1915 in Bristol en overleden op 6 september 2007 in Reading, is een Britse botanist gespecialiseerd in de genetische oorsprong van planten. Hij werd aanzien als een wereldautoriteit in het domein van de evolutie en de genetica van de aardappel.

Biografie

Gepassioneerd door de plantkunde vanaf zeer jonge leeftijd, begon J.G. Hawkes zijn studies aan de Grammar School van Cheltenham (Glucestershire).

Hij behaalde vervolgens een licentie in de natuurwetenschappen aan het Christ’s College van de Universiteit van Cambridge, en nadien een doctoraat in de genetica van de aardappel.

Tijdens zijn doctoraatstudies werd hij door het Commonwealth Bureau of Plant Breeding and Genetics (het Gemenebest bureau voor plantenkeuze en genetica) gesolliciteerd om deel te nemen aan de wetenschappelijke expeditie georganiseerd door dit bureau in Latijns-Amerika om nieuwe plantaardappelen te verzamelen.

Deze expeditie, oorspronkelijk voorzien in 1937, had plaats van januari tot augustus 1939 onder de leiding van E.K. Balls, met de medewerking van J.G. Hawkes, als specialist in de aardappel. Voordien, in 1938, ontmoette J.G. Hawkes een zekere Vavilov in Sint-Petersburg in Rusland, die Russische expeditietochten georganiseerd had van 1925-1932, over hetzelfde onderwerp en om de resultaten hiervan in detail te bestuderen.

Luther Burbank

Luther Burbank (7 maart 1849 in Lancaster, Massachusetts, Verenigde Staten - 11 april 1926 in Santa Rosa, Californië), is een Amerikaanse tuinbouwer die meer dan 800 nieuwe plantenrassen, waaronder de aardappel Russet Burbank, ook gekend onder de naam Idaho aardappel, ontwikkeld heeft.

Biografie

Hij vestigde zich in Santa Rosa in 1875. Hij verwierf 69.000 m2 grond, waar hij, geïnspireerd door het werk van Charles Darwin, The Variation of Animals and Plants under Domestication, kruisingsonderzoeken uitvoerde tussen verschillende plantenvariëteiten. Onder de verschillende hybriden die hij bezat, citeren we pruimen, frambozen, abrikozen en perziken. In zijn tuinen experimenteerde hij voortdurend met 3.000 kruisingen door miljoenen planten. Hij testte in totaal tijdens zijn leven, meer dan 30.000 nieuwe variëteiten.

In 1873 selecteert Luther Burbank een plantaardappel afkomstig van een kiem van de variëteit “Early Rose”. Het is van deze aardappel dat in 1908 door een spontane mutatie, de variëteit “Russet Burbank” is ontstaan, die lange tijd het meest gebruikt werd in de Verenigde Staten voor de industriële productie van frieten.

Zijn werk ligt ook aan de basis van de Amerikaanse wet van 1930 i.v.m. de mogelijkheid om nieuwe plantenhybriden te brevetteren (Plant Patent Act).

Hij was vrijmetselaar. Burbank interesseerde zich in spirituele vragen en gedurende de laatste jaren van zijn leven was hij bevriend met Paramahansa Yogananda, die hem definieerde als de ideale heilige Amerikaan.

De stad Burbank in Californië werd niet naar zijn naam genoemd, maar naar die van de tandarts David Burbank.

Kornelis Lieuwes de Vries

Kornelis Lieuwes de Vries werd op 25 februari 1854 in Hardegarijp geboren. In 1881 trouwde hij met Grietje Hommes de Jong. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren. Na het overlijden van zijn eerste vrouw (1895) hertrouwde hij in 1897 met Afke de Glee. Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren. De Vries overleed op 20 november 1929.

De Vries werkte tot zijn eenentwintigste op de boerderij en ging daarna voor onderwijzer studeren. Vanaf 1883 was hij hoofdonderwijzer aan de openbare lagere school van Suameer. In 1894 haalde hij het landbouwdiploma en in 1901 het tuinbouwdiploma. Naast zijn werk als schoolmeester gaf hij ook landbouw wintercursussen. De Vries was lid van de Friese Maatschappij van Landbouw. Al in 1898 vroeg de Maatschappij hem een proefveld voor de aardappelteelt in te richten, dat hij 25 jaar beheerde. Hij kweekte in vijfentwintig jaar ongeveer 150 rassen, waarvan alleen het bintje een succes werd. Heel lang is het bintje het belangrijkste aardappelras op de Nederlandse menu's geweest.

Bintje Jansma

Bintje is een aardappelras dat in 1905 door de Suameerder hoofdonderwijzer Kornelis Lieuwes de Vries uit een kruising van “Munstersen” met “Fransen” werd gekweekt. Het ras kwam in 1910 voor het eerste in de handel.

De Vries noemde zijn nieuwe aardappelrassen naar zijn kinderen, leerlingen en oud-leerlingen. Zo werd in 1905 het bintje vernoemd naar de toen 17-jarige oud-leerlinge Bintje Jansma, dochter van Minke en Teade Jansma. Ze werd in 1888 geboren en was 88 jaar oud toen ze in 1976 in een rusthuis in Franeker stierf. Verder waren er ook bijvoorbeeld het Trijntje en de Sipe.