NL      FR      EN Museum     Kids     Boekingen     Geschiedenis van de friet     Friet & School
Friet & Co     Recepten     Frituur in de kijker     Project
 
Home
Openingsuren
    Prijzen
Hoe bereiken ?
Groepsbezoeken
Pers & Media
Links
Contact

Nieuws
Landen

  Frietmuseum on Facebook
 
 

Friet & Co

Uitdrukkingen over de friet Kunstenaren van de friet

Stripsverhalen van de friet

Het Nero-universum

Tekst geschreven door Bob Warnier in 2004

Van Neels tot Sleen

Marcel Neels werd geboren in Gentbrugge in het jaar onzes Heeren 1922.  Kort daarop verhuisde het gezin Neels naar Sint-Niklaas, al zou de jongste zoon toch altijd een bijzondere band blijven behouden met zijn geboortestad, Gent.   Vader Neels stierf kort vóór het uitbreken van de oorlog en de familie keerde terug naar Gent.  Marcel, de jongste van de vier zonen, was 18 in 1940.   Hij volgde toen lessen aan Sint-Lucas in Gent om er zijn tekentalent te ontwikkelen.
    
Voor een jongeman waren de oorlogsjaren natuurlijk niet direct een ideale tijd om te beleven.   Voor niemand eigenlijk.    Tegen het eind van de oorlog werd hij als gijzelaar opgepakt door de nazi's.  Hij werd opgesloten bij de "voorraad gevangenen", die de Duitsers fusilleerden als represailles voor gepleegde aanslagen.  Eén voor één werden zijn medegevangenen uit de cel gehaald en neergeschoten.   

Maar Marcel had vermoedelijk een extra engelbewaarder en ontsnapte aan executie.  Toen hij nog alleen in zijn cel overgebleven was, werd hij naar het concentratiekamp in Leopoldsburg gestuurd en daar zou hij later door de oprukkende geallieerden bevrijd worden.
 
Al die zaken tekenden hem voor het leven.  Hij was toen weliswaar nog "een jonge losbol" (vertelt hij zelf) maar daardoor werd hij toch van jongsaf en van heel dichtbij geconfronteerd met de dood.   Het had heel ánders kunnen lopen en dat heeft hij altijd beseft !    Hij hield er een onverwoestbare waardering voor de mooie kanten van het leven aan over en ... allicht ook zijn zin voor relativering.  Zeg maar : zijn zin voor humor.

'Ja, wat is humor ?"  vroeg de tekenaar zich ooit eens af in een interview met Jan Smet.  "Ik weet het nog altijd niet.  Humor is ergens verbittering.  Het kan gezond zijn, maar het ontstaat toch altijd uit verbittering."   (Boek "Marc Sleen", Standaard-Uitgeverij 1984)

Eén week na zijn thuiskomst zorgde iemand uit zijn kennissenkring ervoor dat hij kon gaan werken op "De Standaard" als politiek karikaturist (en illustrator van alle mogelijke artikels voor "Spectator" en "Penelope").   Hij was subliem !   Niemand minder dan Achiel Van Acker heeft ooit eens gezegd dat hij méér kon opsteken van Sleens karikaturen dan van alle zwaarwichtige politieke commentaren.   Het tekenen van karikaturen zou hij overigens zijn gehele leven blijven doen.  Later doken voortdurend allerlei bekende figuren op in de verhalen van Nero & Co, wat de lezers extra binnenpretjes bezorgde.

Rond die tijd veranderde ook geleidelijk zijn naam.  Het serieuze werk, schilderijen, etsen, aquarellen, bleef hij ondertekenen met Marc Neels, maar voor zijn karikaturen nam hij een anagram: Sleen.

Nero Marc Sleen

Nero verdringt Van Zwam

Na de oorlog rommelde het nogal wat in het krantenwereldje en "De Nieuwe Standaard" kreeg een nieuwe naam "De Nieuwe Gids" en zou later, via-via, fusionneren met en tenslotte uitgroeien tot  "Het Volk"  Voor de jonge lezertjes werd "Ons Volkske" uitgegeven.  (Een beetje zoals Hergé werkte voor "Le Vingtième" en Tintin opvoerde in "Le Petit Vingtième", de jeugd-bijlage)

Vanaf december 1944 creëerde Marc Sleen een eerste strip :  "De Avonturen van Neus".  Primitief getekend, maar borrelend van fantasie, waarbij reeds de eerste sporen zichtbaar werden van het koldereske, zó kenmerkend voor de latere Nero-verhalen.   Ook de typische dikke neus van vele latere figuren, in de eerste plaats van Nero zélf natuurlijk, was reeds prominent aanwezig.

Een drukke periode brak aan voor Marc Sleen.  In "Ons Volkske" lanceerde hij "de Avonturen van Tom en Tony" en later "Stropke en Flopke", "Pollopof", "Doris Dobbel", "Fonske" en later "De lustige Kapoentjes" "Oktaaf Keuninck", "Piet Fluwijn en Bolleke" ...   (+ jarenlang een dagelijkse cartoon over "De Ronde van Frankrijk" !)   Het zou te ver leiden om dat omvangrijke vroege werk van Sleen uit de doeken te doen.  Aanvankelijk werkte de tekenaar aan zeven strips tegelijk !  

Maar er roerde iets in de stripwereld en daar zou een eerste krantenoorlog uit voortkomen ...  Een ander beginnend tekenaar, Willy Vandersteen, had met "Rikki en Wiske" gedebuteerd in "De Nieuwe Gids".   Hij werd er weggesnoept door "De Nieuwe Standaard".    Het belang van een goeie vervolgstrip in de krant was ontdekt en aan Marc Sleen werd gevraagd om óók eens zoiets te bedenken.   

3 oktober 1947 werd een mijlpaal voor "De Nieuwe Gids" : op die datum verscheen een eerste aflevering met gediplomeerd detectief Van Zwam, die "Het Geheim van Matsuoka" oploste.

Leuk om weten is wel dat stripfanaten voor die allereerste Nero-strip, toén verkrijgbaar tegen 10 of 15 fr en gedrukt op krantenpapier, thans een klein fortuintje bieden ...

Nu, bij "Matsuoka" maakte een ietwat sullige nevenfiguur, Nero, zijn opgemerkte debuut.   Hij zou zich evenwel in de volgende avonturen vrij vlug opwerken tot het hoofdpersonage van de reeks.   De gediplomeerde detectief werd geleidelijk met zachte hand opzij geschoven en moest zich van dan af tevreden stellen met een bijrolletje.

Nero Marc Sleen

Lokroep van de "Standaardgroep" :
"Le Néro Nouveau est arrivé !"

Die hectische periode zou duren tot 1965.   Toen hield Marc Sleen het voor bekeken bij "Het Volk".  Hij wou het iets rustiger aan doen en zich alleen nog bezighouden met "Nero".   Door "De Standaard" werd hij weggelokt met o.a. de belofte zijn strips uit te geven in albums in vierkleurendruk.  (Bij zijn vorige werkgever werden die nog altijd gedrukt op krantenpapier ...) Voor de tekenaar was dat dus een belangrijke herwaardering !

Zo werd Sleens contract met de NV Het Volk niet meer vernieuwd en op 31 maart 1965 liep het Nero-verhaal, "De Lowie-Treize Kast", ten einde.   Sleen vertrok (en méér dan 300.000 lezers van "Het Volk" zegden hun abonnement op om hem te volgen naar "De Standaardgroep".)   Dat ging natuurlijk zó maar niet !   "Het Volk" claimde dat Nero "zijn" creatie en "zijn" eigendom was en niét van de tekenaar ...   Het kwam tot een proces en in afwachting mocht Marc Sleen niet meer publiceren. 
Aan die impasse werd door de "Standaard-groep" een mouw gepast door de publicatie van "Sleenovia", een strip naar een scenario van Gaston Durnez en getekend door de studio's van Willy Vandersteen, onder de naam "Wirel".   In die strip liep het hoofdpersonage rond met een zwarte kap over 't hoofd want Nero moest absoluut incognito blijven tot het gerecht uitspraak had gedaan.   (54ste album : "De geschiedenis van Nero & Co") 

De CVP-bonzen zagen de ruzie tussen de twee Vlaamse katholieke kranten echter met lede ogen aan.  Ze voorzagen (terecht) een eindeloos proces over auteursrechten en ...  ze kwamen tussen.  In de tentoonstelling "Marc Sleen" in Gent werd onthuld dat niemand minder dan Theo Lefèvre toen zijn gewicht in de schaal geworpen heeft om tot een minnelijke schikking te komen.  (Sleen kende hem goed van vroeger, van de periode waarin hij elke dag van Gent naar Brussel spoorde.)   Als advokaat besefte Theo Lefèvre natuurlijk terdege dat een proces in België nooit winnaars telt.  Behalve de advocaten komt iederéén fel gehavend buiten uit de rechtszaal.

Nero bleef van Marc Sleen en "Het Volk" mocht de (door Sleen bedachte) naam van " 't Kapoentje" verder gebruiken.   De zaak was rond.   Vanaf juni 1965 verscheen in "De Standaard" weer een eerste échte Sleenverhaal van de nieuwe Nero : "Het Bobo-beeldje".

Tientallen jaren lang, elke dag opnieuw, werkte de tekenaar onvermoeibaar door.   Fenomeen Sleen brak met zijn Nero-strip alle records in de stripwereld.   Niet minder dan 217 albums borrelden uit zijn fantasie en dropen uit zijn tekenpen.  Zijn plaats in het "Groot Guinness Book of Records" heeft hij dus waarachtig niet gestolen !   (Ter vergelijking : Hergé tekende in zijn ganse loopbaan maar pakweg een twintigtal albums ...)

En opzettelijk vermeld ik dan nog niets over zijn ándere bezigheden, zijn jaarlijkse safari's, zijn 35 films, 8 boeken en talloze voordrachten en TV-optredens over Zwart-Afrika.  Dat zou te vér leiden.  Geloof me, Marc Sleen presteerde méér dan vele anderen samen in hun ganse leven !

Nero Marc Sleen

Nero stopt ermee !

Laat het ons dus maar houden bij Nero.   Dit dagbladverschijnsel en zijn gezellen bezorgden de lezers van de VUM-groep elke dag enorm plezier tot ... 31 december 2002 !   Toen vond Marc Sleen (ondertussen tachtig geworden !) het welletjes en besloot hij een punt te plaatsen achter zijn schitterende loopbaan.   125.592 plaatjes vond hij genoeg ...

Als hulde aan de afscheidnemende tekenaar verscheen die dag, 31 december 2002, een speciale editie van "De Standaard", zonder foto's of illustrates bij de artikels maar met passende tekeningen, geplukt uit de allengs metershoge stapel strip-albums van Nero.  De helft van de voorpagina was toen overigens ingenomen door de traditionele wafelenbak bij het einde van een Nero-avontuur.  

Die speciale "Standaard" was een meer dan passende hulde aan deze man, ondertussen in 1998 Marc Ridder Sleen geworden.  Het avontuur was inderdaad voorgoed voorbij.   Ik weet het, het klinkt als een versleten cliché maar voor mensen (zoals ikzelf), die ooit opgegroeid zijn met Nero & Co, betekende het wegvallen van die figuren een ...  Welnee, ik overdrijf niet : een pijnlijk verlies.

Dagbladverschijnsel Nero is weg.  In 1984 voorspelde de tekenaar nog dat zijn creatie hem ging overleven.   Toén dacht hij er immers aan om later de fakkel door te geven.  In 2002 bleek hij evenwel van gedacht veranderd en zag hij een Nero, door iemand anders getekend, niet zitten.  De vormgeving zou weliswaar geen problemen stellen want zijn medewerker Dirk Stallaert (thans bij "Kiekeboe") had zich reeds de tekenstijl van Marc Sleen uitstékend eigen gemaakt.  Hij werkte toen al met Sleen samen sinds "Barbarijse Vijgen", het 176ste Nero-album.

Grafisch dus alleszins geen probleem.   Maar het karakter van de figuren of de inhoud van de verhalen, zeg maar : de ziel van de Nero-strip, dát was een vrijwel onmogelijke opgave voor iemand anders dan Sleen !   Want wié zou in staat zijn om verder die knettergekke scenario's te bedenken ?  Of die excentrieke sympathieke figuren ?   Wie heeft dezelfde milde maar absurde zin voor humor ?   Wie kijkt op dezelfde filosofische manier naar zijn omgeving ?
  
Oók belangrijk : wie kan daarbij steunen op een basis van zowat 60 jaar métier ?  In al die jaren is Nero namelijk het alter ego van zijn schepper geworden.    Noch min, noch meer.   Nee, de tekenaar heeft een wijs besluit genomen : Nero zónder Sleen zou de échte Nero niet meer zijn.

Hoe jammer het ook is dat zijn talloze fans hem moeten missen ...

"Zilveren Tranen", het laatste Nero-verhaal, eindigde op 31 december 2002 met de klassieke wafelenbak.   De grote lijnen voor het scenario van een 218de verhaal lagen toen reeds vast : daarin zou Clo-Clo gekloond worden, met z'n zestienen een kinderkoor stichten en optreden in Rusland.  Clo-Clo en zijn klonen zouden daar het land uitgezet worden en dan proberen asiel te krijgen in België ...   

Je kan alleen maar stilletjes dromen wat Sleen ervan zou gemaakt hebben.   Maar hij kwam niet terug op zijn besluit.   Vanaf 2003 zou hij immers genieten van een welverdiende rust.   Is dat zo???

Epiloog

Tijdens een interview bij zijn 81ste verjaardag moest Sleen toegeven dat zijn fantasie nog steeds ideeën produceert.   Hij blijft verder zijn omgeving observeren en, wat hij ziet, verwerkt (verdraait) hij nog altijd tot de ongeëvenaarde zinnige en uitzinnige onzin van het Nero-universum.  

"Het was mijn droom om weer te beginnen schilderen maar 't kwam er nog niet van." aldus de 81-jarige.   (Dat schilderen moest hij al rond 1944 noodgedwongen opgeven toen hij ontdekte dat strips tekenen en schilderen onverenigbaar waren.)  

Nero lijkt hem dus nog niet los te laten.   Voorlopig toch niet. 

Da's normaal.   Een gans leven kan je niet zomaar uitvegen als een potloodtekening en opnieuw beginnen met iets anders.  Nero heeft Sleens leven beheerst.   De tekenaar was met zijn creatie 55 jaar lang intens bezig en in al die jaren heeft hij nooit, NOOIT, zijn krant in de steek gelaten.  (Iets waarop hij fier gaat ...)   Zijn hele lange loopbaan werkte hij altijd één of anderhalve week vooruit, zodat er eventueel ruimte bleef om te anticiperen op de actualiteit.   Zijn werkwijze bleef altijd zijn levenswijze.

Het moet niet meevallen om zo, van de ene dag op de andere, je leven en levensstijl te veranderen...